Lees De Legende van Aderyn
In het begin
voordat de Zon werd geboren
voordat het Land zijn adem kreeg
was er de Eindeloze Hemel
Hier leefde het onsterfelijke Volk van de Hemel: gevleugelde wezens, allemaal verschillend in grootte en vorm, allemaal gelijk in schoonheid en kracht. Maar één was er groter en machtiger dan alle anderen: Aderyn, de zilveren Adelaar, Eerste Zoon van de Eerste Vader. Zijn jongere broer heette Gelyn, en de twee waren onafscheidelijk.
Op een dag verzamelde het Volk zich rond de Eerste Vader. Ze verlangden naar een plaats om te rusten en hun huis te bouwen.
De Eerste Vader maakte Tir Dan Awyr, het Land onder de Wolken. Op het land en in de zee woonden talloze diersoorten: de Eerste Vrienden. Het was een prachtig land en het Volk van de Hemel was er gelukkig.
Sommigen maakten hun huis hoog in de bomen en keerden vaak terug naar de hemel. Hun afstammelingen waren de vogels: het Volk van de Lucht.
Anderen kozen ervoor om op de grond hun huizen te bouwen.
Twaalf van hen werden gekozen om het land te besturen en zij waren de Eerste Koningen. Hun afstammelingen waren de mensen: het Volk van het Land.
Aderyn wilde dicht bij zijn Vader in de Lucht wonen maar ook dicht bij het Land. Dus hij maakte zijn huis in het midden, en zijn huis was de Zon. Zijn vrienden op het Land en in de Lucht genoten van het licht en de warmte. Ze prezen Aderyn om zijn prachtige huis en noemden hem Aderyn-o-Hayl, Vogel van het Licht.
Zijn broer Gelyn hoorde dit en wilde ook een mooi huis dat de anderen zouden bewonderen. Hij ging haastig aan het werk en zijn huis werd de Maan. Maar die gaf geen licht en geen warmte. Aderyn zag dat zijn broer verdrietig was en stuurde het licht van de Zon naar de Maan, zodat deze begon te schijnen. Het Volk zag dit en ze prezen Aderyn nog meer.
Het was toen dat Gelyn zijn hart vulde met haat en afgunst. Hij keerde zich voorgoed af van de Zon en besloot met zijn volgelingen om Aderyn te doden.
Jaren later vlogen Gelyn en Aderyn over het land in de richting van de berg Taran. Gelyn had een verbond gesloten met Drayg, de draak die in de berg woonde. Toen Aderyn over Taran vloog, barstte de berg uit in rook en vlammen en Aderyn werd gevangen in het vuur. Maar de Vader, die alles gezien had, stuurde de regen en Aderyn was gered.
Als straf nam Aderyn Gelyn en zijn volgelingen hun vleugels af. Ze vielen in de berg Taran en bleven daar duizend jaar lang. Toen werd de lucht boven de vuurberg opnieuw donker en in de rook verscheen Gelyn als een Roofridder, zijn harnas gesmeed in aardvuur. Zijn volgelingen waren veranderd in zwarte wolven met ogen die gloeiden van haat. En daarom huilen wolven nog steeds naar de Maan, want het is hun huis, waarnaar ze nooit terug kunnen keren.
Dit is hoe de Bloedvete begon, en hoe het kwaad binnentrad in Tir.
Gelyn, de Roofridder, zwoer wraak op Aderyn en al zijn volgelingen. Hij overviel de Vergadering van de twaalf Koningen, en slechts drie van hen overleefden het gevecht. Maar zij waren zwaar verwond en waren gedwongen zich te verbergen.
Zonder de leiding van de Koningen raakte het land Tir in verval. De Roofridder werd een onzichtbare vijand in de nacht en overal waar hij kwam bracht hij vuur en angst en haat. Hij verscheurde het Volk en daarmee het hart van Aderyn.
Overal verrezen muren en braken oorlogen uit. Het Mensenvolk viel uit elkaar in verschillende stammen die elk hun eigen weg gingen, sommige zelfs ver buiten de grenzen van Tir.
Door het bloed dat zij vergoten hadden, verloren zij hun onsterfelijkheid. Ze vergaten de Eindeloze Hemel en na jaren van verdeeldheid vergaten zij ook hun bron, hun kracht, hun lied: ze vergaten Aderyn.
Alleen de vogels, directe afstammelingen van het Volk van de Hemel, hielden hun verleden in stand, maar de mensen konden hen niet meer verstaan.
Om de mensen te herinneren aan hun herkomst gaf Aderyn opdracht aan een van de laatste Koningen om de geschiedenis op te schrijven in het Boek van Aderyn. Delen hiervan werden in het geheim verspreid, maar de Ridder en zijn wolven stelden alles in het werk om de geschriften te vernietigen.
Nu de Koningen verdwenen waren en de naam van Aderyn vervaagde in legenden, begon een donker en zwijgend tijdperk.
Het Volk leefde tussen de snippers van het verleden, in angst voor de Roofridder en voor elkaar.
Dit was de wraak van Gelyn, de Eerste Vijand.
Hij regeerde het land Tir, zolang het gebroken was,
zolang de mensen in angst leefden en verdeeld waren.
Zonder verleden, zonder toekomst, zonder hoop.
Zonder een Koning.
Labels:
Aderyn,
arjan wilschut,
Legende,
lezen
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen